opvoedingsproject

De pijlers van het opvoedingsproject

Opdracht 1: werken aan een schooleigen christelijke identiteit

Onze school is christelijk geïnspireerd. Ons pedagogisch handelen kaderen we in een mens- en wereldbeeld naar het voorbeeld van Jezus Christus. We zien het als onze opdracht de kinderen te laten kennismaken met het leven en de leer van Jezus, het evangelie. Naast wat expliciet in onze leerplannen en in het ontwikkelingsplan van het katholiek onderwijs vermeld staat, naast de leerboeken en methodes, worden er op school waarden en houdingen aangereikt en voorgeleefd.
Het leerplan godsdienst en het werkplan godsdienst voor de kleuterklassen vormen de inspiratie bij uitstek voor het uittekenen van de eigenheid van de geloofsgemeenschap die wij willen voorleven en beleven met kinderen, ouders, collega’s en medemensen. De eigenheid van deze geloofsgemeenschap doordringt ons hele schoolgebeuren. Hieruit vloeien een aantal consequenties voort: een welgemeende “samenwerking” in een christelijke, blije sfeer en een bereidheid tot groeien naar een volwassen christen.
Wij willen opvoeden tot sociale ingesteldheid en ruimdenkendheid in onze samenleving.
Daarom willen wij kansen bieden aan elk kind, zowel op vlak van godsdienst als
waardebeleving en engagement. Wij hebben eerbied voor de godsdienstige gezindheid van anderen zonder evenwel onze eigenheid prijs te geven.
Van de ouders wordt minstens verwacht dat ze loyaal zijn tegenover het geheel van de
geloofsopvoeding die aan de kinderen wordt meegegeven.

Opdracht 2: werken aan een degelijk en samenhangend onderwijsinhoudelijk aanbod

In onze school willen we vertrekken vanuit ontplooiingskansen van elk kind. We stimuleren de totale persoonlijkheid van ieder kind door aangepaste methodieken en individuele hulp.
IEDER KIND IS UNIEK. Het schoolleven moet verlopen in een bemoedigende sfeer zodat de kinderen zich een positief zelfbeeld kunnen vormen. Binnen het schoolteam willen we optimaal samenwerken van uit de gedachte dat “het kind” centraal staat. Door ons leerlingvolgsysteem doorheen de ganse school hebben we aandacht voor de
ontwikkeling van de totale persoonlijkheid van ieder kind. We streven naar kwaliteitsonderwijs waarin “hart, hoofd en handen” gestimuleerd worden.

HOOFD:
  • Leerstof aanbieden die beantwoordt aan de doelen van de leerplannen en eindtermen. Voor de kleuterschool bieden we activiteiten aan die voldoen aan de ontwikkelingsdoelen.
  • Leerachterstanden opsporen en via zorg begeleiden; in de kleuterschool worden
    ontwikkelingsdiversiteiten opgevolgd via de zorgwerking.
  • Vorming aanbieden aangepast aan ieders mogelijkheden.
  • Onze lessen wereldoriëntatie richten op de huidige maatschappij, waarbij ook het
    technologisch denken wordt benaderd (computerinitiatie …)
  • Leerlingen leren omgaan met vormen van informatie en media waarmee we geconfronteerd worden.
HART:
  • Aanreiken van sociale vaardigheden en attitudevorming.
  • Groeien naar verantwoordelijkheid zoals in het nakomen van gemaakte afspraken.
  • Nastreven van verdraagzaamheid, de mening van anderen respecteren, het “anders zijn” van iedereen aanvaarden.
  • Groeien naar vergevingsgezindheid, komen tot probleemoplossingen.
  • Ieder kind steeds opnieuw gelijke kansen geven, openstaan voor de grote maar vooral de kleine problemen van kinderen.
  • Leerlingen leren hun steentje bij te dragen in het samenleven met anderen.
HANDEN:
  • Oog hebben voor de muzische vorming van elk kind (beweging, verbaal, manueel,
    muzikaal, lichamelijk).
  • Kinderen stimuleren om zelfstandig (via opzoekwerk, groepswerk, werkstukken,
    spreekoefening) met kennis om te gaan en deze ook te toetsen aan de realiteit (actualiteit, internet, communicatie,…) Bij de kleuters wordt de zelfstandigheid gestimuleerd via aangepaste taken doorheen de dag. Nieuwe werkvormen zoals CLIM (coöperatief leren) en contractwerk bieden de kinderen een geïntegreerd aanbod waarin leergebiedoverkoepelende doelen worden nagestreefd. Via projecten en georganiseerde activiteiten (verkeersdag, kerstmarkt, sportdag,…) ervaren
    kinderen de verticale samenhang binnen onze school. We willen samenwerken en elkaar steunen in het opzetten van vernieuwingen (Franse taalinitiatie,…).
    Naar de ouders toe geeft de school op geregelde tijdstippen informatie door over de manier van werken op school en in de klas, alsook over de specifieke situaties van ieder kind afzonderlijk. We streven naar een grote wederzijdse openheid waardoor er een ongedwongen samenwerkingsverband ontstaat tussen ouders en leerkrachten.
Opdracht 3: werken aan een stimulerend opvoedingsklimaat en een doeltreffende didactische
aanpak.

In het katholiek basisonderwijs maakt het schoolteam werk van een pedagogisch klimaat dat een geest van openheid, optimisme en geduld uitstraalt. Kinderen hebben een eigen belevingswereld en een eigen voorstellingsvermogen van de wereld om zich heen. Dat wil het team respecteren en verder helpen ontwikkelen. Zulke aanpak vraagt van het team een sterke betrokkenheid bij kinderen. De relatie tussen leerkracht en leerling is daarom een persoonlijke relatie die gekenmerkt is door onbaatzuchtigheid, wederzijdse erkenning en vertrouwen. Het leerproces groeit uit een samenwerking tussen leerlingen en leerkrachten.
Het leerproces van leerlingen heeft maar kans op slagen als het wordt gedragen door een aangepaste aanpak van de leerkrachten. Zij dienen de meest optimale leeromgeving te creëren.

Wij willen ons inzetten om een positief klimaat te creëren tussen alle betrokkenen van onze school: schoolbestuur, leerkrachten, ouders, leerlingen.

  • Kinderen leren samenwerken en samenleven en hen opvoeden tot een vredelievende
    ingesteldheid, waarbij elke vorm van pestgedrag en geweld gebannen wordt en conflicten opgelost worden via communicatie, in respect en aanvaarding van ieders beperkingen en eigenheid.
  • Bijbrengen van respect en waardering door verdraagzaamheid, luisterbereidheid en
    daadwerkelijke hulp aan elkaar te verhogen. Dit moet leiden tot een grotere
    relatiebekwaamheid en verwerven van sociale vaardigheden bij de kinderen.
  • Opvoeden tot waardebesef en dit in de realiteit omzetten: rechtvaardigheid, beleefdheid, trouw aan een gegeven woord, dankbaarheid, eerlijkheid, solidariteit, kunnen delen met elkaar, mekaar en onze omgeving kunnen respecteren.
  • Initiatieven nemen om voor onze kinderen een blijvende zorg te dragen i.v.m.
    verkeersopvoeding, milieu-educatie, cultuur en gezondheidsbeleid.
  • Stimuleren van een goed Nederlands taalgebruik, zowel gesproken als geschreven. We
    maken ook werk van tweetaligheid zoals voorgeschreven in de leerplannen. We ontmoeten kinderen van andere taalculturen.
Opdracht 4: werken aan de ontplooiing van ieder kind, vanuit een brede zorg.

Opdat kinderen optimale groeikansen zouden krijgen, moet het team zijn onderwijs
afstemmen op de zorgvragen van de kinderen. Dat betekent o.a. dat leerkrachten de
verschillen tussen kinderen als uitgangspunt voor hun onderwijs nemen. Het gaat daarbij niet alleen om verschillen in culturele en subculturele achtergrond en de daaraan verbonden eigen gewoonten en gedragingen.
Het is ook een kwestie van verscheidenheid in de fysieke en psychologische ontwikkeling. Bovendien heeft het ook te maken met verschillen in motivatie, leerstijlen, leervermogen van ieder kind. Al die aspecten zijn dimensies van zorgbreedte en verdienen ook aandacht.
Leerkrachten met een hart voor kinderen doen moeite om de ontwikkelingspositie van
kinderen op het spoor te komen door te observeren en te diagnosticeren. Op basis van hun bevindingen kunnen ze dan op zoek gaan naar creatieve oplossingen en een keuze maken om in het aanbod en de aanpak te differentiëren. Door kinderen op een eigen manier te benaderen, en dat in alle componenten van de cultuur, mogen ze zichzelf blijven en worden ze tegelijk naar een hoger ontwikkelingsniveau opgetild.
Niet alleen het aanbod moet afgestemd zijn op de leerlingen.
Ook de evaluatie moet het unieke karakter van elk kind waarderen. Iedere evaluatie is immers bedoeld om een zicht te krijgen op de vorderingen in de ontwikkeling van kinderen. Het accent ligt duidelijk op het proces, op wie kinderen intussen geworden zijn en niet alleen op wat ze op een bepaald moment kennen, kunnen en zijn.
Zulke evaluatie geeft ook nieuwe impulsen om het onderwijs nog meer op de leerlingen af te stemmen.

Zorgbreedte wordt zorgverbreding voor kinderen van wie de ontwikkeling sneller of trager verloopt dan normaal verwacht wordt. Het is een uitdaging voor het team om de zorg te verbreden voor kinderen die specifieke leer- en ontwikkelingsbehoeften hebben. Die specifieke zorgvragen kunnen zeer verscheiden zijn: het gaat bv. zowel om hoogbegaafden als om kinderen met leermoeilijkheden. Het gaat om kinderen met een andere taal en cultuur,maar ook om kinderen met een handicap, met sociale of emotionele moeilijkheden.
Het vraagt van het team de bereidheid en de bekwaamheid om met die verscheidenheid om te gaan en ook die kinderen een vormingsproces aan te bieden dat bij hun mogelijkheden past. Het moet dan ook de vaste wil van het team zijn om blijvende persoonlijke aandacht te hebben voor alle kinderen, hoe zwak, hoe lastig, hoe anders ze ook zijn.
Jezus’ voorkeur voor de zwaksten is voor iedere katholieke basisschool een oproep om in het bijzonder aandacht te hebben voor kansarmen, sociaal achtergestelden, allochtonen en voor iedereen die pedagogisch en sociaal behoeftiger is dan anderen.

Werken vanuit een brede zorg veronderstelt overleg en samenwerking. Leerkrachten,
taakleerkrachten, leerkrachten zorg, directie, CLB-medewerkers en ouders overleggen over de begeleiding van kinderen in het MDO (multidisciplinair overleg). Als kinderen toch speciale zorgen nodig hebben, is het aangewezen dat ouders mee kunnen denken en mee kunnen zoeken naar oplossingen. Door bewust een beroep te doen op de verantwoordelijkheid van alle aanspreekbare partners en door het samenbrengen van deskundigen, groeit de school uit tot een gemeenschap waar de zorg voor kinderen centraal staat.

Opdracht 5: werken aan de school als gemeenschap en als organisatie

Wij willen bijzondere aandacht besteden aan het verwezenlijken van positief menselijke relaties tussen alle participanten van onze basisschool: schoolbestuur, onderwijzend en ondersteunend personeel, ouders, kinderen en andere participanten. In onze school werken we aan een gemeenschappelijk doel: de opvoeding van de kinderen. Ieder doet dit volgens eigen mogelijkheden. Via planningen en zelfevaluatie stuurt onze school de doelstellingen bij. Daarom wordt er tijd en ruimte gemaakt om regelmatig bij te scholen, te reflecteren over het
pedagogisch functioneren, de organisatie,…